De reisverhalen van Alex en Karen
Een razende orkaan en toch nog hagel witte droomstranden...
Bij de panaderia, vlak bij ons hostel, halen we nog snel wat broodjes voordat we in een collectivo stappen naar de ruines van Palenque. Het park is net open als we aankomen en alle soevenierstalletjes worden nog druk opgebouwd. In de gids staat nog een grote `warning` voor de ontelbare muggen die hier rond vliegen. Wij laten ons maar een keer waarschuwen en sprayen onze lichaamsdelen nog even grondig in voordat we naar de ingang lopen...

Wat de gids vergeten is te vermelden is de ondragelijke hitte hier. Hoewel het nog maar 8 uur `s morgens is is de temperatuur al hoger dan 35 graden. Het zweet loopt ons al in pareltjes van het hoofd. Het is in ieder geval wel heerlijk rustig als we bij de `Tempel of the Skull` aankomen. Het zonnetje komt net boven de bomen uit, wat de tempels prachtig in het vroege ochtendlicht zet. De tempels van Palenque liggen allen op korte afstand van elkaar, in een keurig aangelegd en onderhouden park.

De `Tempel of the Inscriptions` is grotendeels gerestaureerd en bovenop de tombe kun je verschillende afbeeldingen zien. Net ernaast ligt het oude paleis, dat het grootste gebouw is van Palenque. Vele afbeeldingen zijn deels gerestaureerd en en er zijn allerlei leuke gangetjes waar je doorheen mag lopen. Hier komen we ook onze eerste toergroep tegen. Een Mexicaanse gids legt, in het vloeiend Duits (?!) de geschiedenis van het paleis uit. Kun je nagaan hoe druk het hier kan zijn met toeristen van alle nationaliteiten! Verder is het gelukkig nog rustig. Nadat we de eerste tempel hebben beklommen zien onze hoofden er meer uit als rode bieten. Dat wordt nog wat!
We lopen rustig verder langs de verschillende kleinere tempels en klimmen op de `Tempel of the Cross.` Vanaf hier heb je uitzicht over de belangrijkste ruines. Na een tijdje bovenop in de schaduw te hebben gezeten, klauteren we naar beneden. Op weg naar de uitgang lopen we langs de `Tempel of the Count` en de `North group.`

Nog dezelfde avond nemen we de nachtbus naar Tulum. De bus vertrekt om 8 uur en komt als het goed is rond 6 uur in de ochtend aan. Meestal proberen we van te voren een plekje in een hostel te reserveren als we zo vroeg aankomen, maar alle hostels die we hebben gebeld, namen of niet op of het nummer was niet correct. We twijfelen of we wel de juiste `area-codes` hebben gedraaid, maar de verschillende telefoonwinkeltjes geven allen hetzelfde antwoord. Nou ja, dan maar wat sjoppen als we daar zijn...

We komen met anderhalf uur vertraging aan in Tulum. Dat maakt het voor ons wat makkelijker om een leuke cabana te vinden. Met een taxi gaan we naar de eerste plek, maar de kamers zijn erg donker en naar verhouding veel te duur, volgens ons. We willen nog wat verder shoppen, maar vind maar eens een taxi in de stromende regen! Gelukkig trekt de bui snel over en komt er een taxi aan die ons wil meenemen. We laten ons een paar kilometer verderop uitzetten bij een leuk plekje, maar die zitten helemaal vol! Dit schiet niet oh-hoop!!! We besluiten onze rugzakken hier even te laten staan, wat het een stuk makkelijker maakt om te lopen. Uiteindelijk komen we aan bij Posada Margherita (www.posadamargherita.com), die een aantal leuke kamers vrij hebben. Met uitzicht op de zee, hebben we een heerlijk plekje voor een aantal dagen. Een hagelwit strand met een tropische groen/blauwe zee en de meest luie bedjes op het strand. Wat wil je nog meer?! Niets, inderdaad! Heerlijk lui brengen we de dagen door met in de zon liggen, een beetje zwemmen en een boekje lezen.

Voordat we naar Tulum gingen hadden we al op het internet gekeken hoe het weer daar was. Het is nu laagseizoen, wat betekent dat er af en toe een bui kan vallen. Maar het belangrijkste is dat het nu hurricane-seizoen is! Na een paar dagen strand begint het zeewater niveau aardig te stijgen en worden de golven steeds hoger. Maar er is een strakblauwe hemel en dus geen vuiltje aan de lucht zou je denken. Gedurende de dag komt het zeewater steeds hoger en dichter bij het restaurant. `s Avonds zitten we rustig te genieten van de overheerlijk verse handgemaakte pasta, als het ineens stevig begint te waaien, zeg maar rustig bijna te stormen. De zonnebedjes worden snel naar binnen gehaald om te voorkomen dat ze in de zee verdwijnen en de schermen die het restaurant tegen de wind moeten beschermen worden snel naar beneden gelaten. De overrazende Orkaan Ivan is nu vlakbij. Hij baant zich een weg tussen Cuba en Cancun (twee uur verderop) en dit is waarschijnlijk het effect op de omliggende omgeving. Na het eten kijken we nog even over het terras voor het restaurant. Het water staat nu bijna net zo hoog als de planken van het terras. Iedereen is bijzonder relaxed dus wij gaan ook lekker rustig slapen.

Al vroeg in de ochtend horen we brekend glas, maar we zijn te lui om te kijken wat er aan de hand is. Om half negen worden we wakker en als Alex even op het terras van de cabana gaat kijken, ziet hij het water bijna tot aan onze cabana staan. Oeps!! Het personeel is druk in de weer om spullen in veiligheid te brengen. Het restaurant staat deels al onder water en even later wordt ons medegedeeld dat we maar snel naar het veilige binnenland moeten vertrekken. Gelukkig kunnen we een lift naar het dorp krijgen van twee andere toeristen die een huurauto hebben, want een taxi is nu echt niet te vinden hier. Onderweg zien we dat een deel van de toegangsweg is weggespoeld en dat een aantal cabanas op het stand nu vol water staan. Niet een heel rooskleurig gezicht!

In de busterminal is het een drukte van belang met al die gevluchte strandgangers. Gelukkig kunnen we nog een plaatsje vinden in de bus naar Valladolid, wat maar twee uurtjes bussen is naar het veilige binnenland. Onderweg in de bus plenst het water werkelijk de hemel uit. Delen van straten staan onderwater en mensen die uitstappen willen bijna tot in huis worden afgezet. Binnen twee tellen ben je namelijk door en door nat. In Valladolid vinden we een leuk hotel met de luxe van een TV en airco net buiten de busterminal. Lekker makkelijk met die regen! Als we `s avonds de TV even aanzetten zien we dat `Orkaan Ivan` precies tussen Mexico en Cuba is doorgeraasd en voor redelijk wat schade en overlast heeft gezorgd.

Vlakbij Valladolid liggen de Maya-ruines van Chichen Itza. Een van de bekendste Maya-sites van de Yucatán provincie. Vlak voor ons hotel stappen we in de collectivo, die ons netjes voor het moderne en luxe museum uitzet. Na een eindje lopen door het bos komen we uit op een groot plein waar de hoge tempel van El Castillo staat. Die moet natuurlijk even beklommen worden, maar voor het geval dat je naar beneden kukelt, staat er netjes een ambulance klaar. De toeristische manier `van op de kont naar beneden schuiven`, zorgt blijkbaar wel eens voor wat ongelukken. De juiste manier om naar beneden te gaan is met behulp van de bekende brandweer methode. Alex heeft netjes de gids gelezen om zich deze methode eigen te maken en stapt snel en handig omhoog (wel vasthouden aan het touw he!?.) Eenmaal bovenop kun je heel Chitchen Itza overzien. Na een tijdje komt Alex gelukkig weer veilig naar beneden en is de ambulance overbodig.
We lopen verder via de Tempel van de Jaguar (ja die hebben ze hier ook) naar de `Ball court.` Even verderop liggen een aantal offer plateaus, die geheel zijn versierd met afbeeldingen van doodskoppen of allerlei gezichten. Bovenop de `Tempel of the Warriors` staat het het beroemde Chac-mool beeld. Dit beeld zie je vaak terug op verschillende ansichtkaarten en foto`s. Maar de ingang naar de top blijkt te zijn afgesloten! Dus helaas geen close-up van Chac-Mool. Vlak ernaast is de Group of the Thousand Columns. Of het er duizend zijn hebben we niet geteld, maar veel stenen palen zijn het zeker!
We verdwalen nog bijna een paar keer in het park, want de bewegwijzering is niet altijd even duidelijk. Via een heel smal paadje dwars door het riet komen we uit bij het `Redhouse`, het klooster en de kerk. Langzamerhand begint het drukker te worden in het park en naast verschillende kleinere toeristengroepjes is er een hele grote `groene sticker brigade.` Het zijn er zeker een paar honderd!! Toch willen we nog een ding zien.
El Castillo is in verschillende fases gebouwd. Bovenop de eerste orginele tempel is een nieuwe tempel overheen gebouwd. Nu kun je via een klein, smal, donker en benauwd gangetje midden in de tempel een deel van de oorspronkelijke tempel bezoeken. Highlight: een rode jaguar met ingelegde jade-ogen bekijken. Terwijl we in de rij staan voor de jaguar, vraagt Karen aan een `groene sticker mevrouw` of ze weet hoe het weer in Cancun is. Waar zouden anders al die toeristen vandaan moeten komen, was onze gedachte. Al snel blijkt dat de mevrouw van een groot cruiseschip komt en door de drukte van haar pedicures en massages niet heeft gelet op het weer. Wel vond ze dat het cruiseship de laatste paar dagen een beetje schommelde. Ehhh....een beetje van de wereld denk ik???? De `groene sticker invasie` wordt dus veroorzaakt door passagiers van een cruiseschip.

Na een bezoek aan de Jaguar met zijn mooie oogjes, lopen we naar de uitgang en laten we het steeds drukker wordende park snel achter ons. In Valladolid zoeken we snel een internetcafe op om te kijken of we daar wat wijzer kunnen worden over het weer. Na een tijdje surfen blijkt dat de orkaan nu is overgeraasd en bij Florida is aangekomen, wat de Amerikanen de stuipen op het lijf jaagt. Maarja, hoeveel schade hebben ze nu in Tulum en hoe lang duurt dat om het een beetje op te ruimen? We besluiten om nog maar een stukje westelijker te reizen naar Campeche en daar maar even te bellen of we alweer van ons mooie strand mogen genieten.

Campeche is een mooie, oude stad met vele oude en kleurrijke gebouwen. Het stadje is een aantal jaren geleden een Unesco-site geworden, zodat al dit moois beschermd te houden. We vinden een hostel, direct aan het Plaza, met uitzicht op de Cathedraal. Het is vandaag 15 september, onafhankelijkheidsdag en een belangrijke feestdag voor Mexico. Tot onze verbazing merken we er helemaal niets van totdat er om 12 uur `s nachts een groot vuurwerk wordt ontstoken. Op het dak van het hostel kunnen we het vuurwerk mooi boven de stad zien uitkomen.
Voor de volgende morgen heeft Karen een mooie stadwandeling uitgestippeld langs de mooiste en belangrijkste gebouwen van de stad. Maar het valt nog niet mee om deze te lopen. De straten staan al vol met mensen. Voor een deel allemaal kinderen, die op een militaire en russische manier proberen te marcheren voor de parade, maar ook vele trommelaars die nog druk aan het oefenen zijn. Na een verkorte stadswandeling lopen we snel terug naar het plein waar ons hostel is. Vanaf het balkon hebben we een prima uitzicht over de langslopende parade.

Na ons telefoontje met Posada Margherita zijn we helemaal gerustgesteld. Alles is weer onder controle. We waren al aan het kijken voor stranden aan de westkust van Mexico, maar dat zag er lang niet zo leuk uit. Weer terug naar Tulum dus om de laatste twee weken van onze reis luierend door te brengen. Op naar de busterminal en maar zien hoever we in een dag komen. In Valladolid stranden we dan toch echt en kunnen nog net de twee laatste kaartjes bemachtigen voor de bus van de volgende ochtend. Helemaal uitverkocht volgens de verkoper....Wauw, wat is Tulum toch een populaire bestemming (??)
`s ochtends stappen we in een bijna lege bus en gaan netjes op onze plaatsen helemaal achterin zitten. We snappen er echt niets van, de bus was toch volgeboekt?? Als we wegrijden vragen we aan de chauffeur of hij nog ergens stopt om andere passagiers op te pikken. Maar nee, de bus blijft leeg en we gaan een stuk verder naar voren zitten. Een duur foutje in het reserveringssysteem dat er een stoel tot de eindbestemming wordt gereserveerd terwijl de passagier halverwege uitstapt!

In Tulum laten we ons netjes met de taxi bij `La Conchita` afzetten. Deze plek zat de vorige keer al geheel vol, volgens de manager, maar nu zou er toch ruimte moeten zijn. Ook nu is het antwoord; Vol! Na even aandringen blijkt dit niet het geval te zijn. Het is voor de beste man alleen teveel werk om op te staan. We twijfelen nog even of we wel willen blijven, maar het plekje en de cabana`s zien er erg leuk uit. We pakken snel onze zwemkleding en rennen naar het strand om een beetje bij te kleuren.

Naast luieren op strand, boekje lezen en het drinken van koude `Coronas` doen we niet zoveel. Precies volgens plan! We zeggen nog voor de grap tegen elkaar dat het nog de vraag is of we het halen om de Maya-ruines van Tulum te bekijken! We ontmoeten John en Maria, een Engels stel, die dezelfde luie plannen hebben als wij en reglmatig gaan we gezellig in het dorp eten. De zes dagen strand vliegen om en we moeten verhuizen, omdat `La Conchita` volgens de manager nu werkelijk vol zit!
De rest van onze luilekker dagen gaan we doorbrengen bij Posada Margherita. Dit is volgens ons toch nog de beste plek van Tulum. Het strand is hier vele malen mooier dan bij La Conchita en het enige nadeel lijkt dat het een beetje geisoleerd ligt, als je `s avonds wat goedkoper wilt eten in het dorp. Al snel blijkt dat je met liften ook al een heel eind komt, dus zo eenzaam zitten we nog niet!

Alle rommel en schade die Margeritha had opgelopen tijdens de Orkaan Ivan is netjes opgeruimd en de zonnebedjes staan al uitnodigend op ons te wachten. We krijgen een mooie cabana met direct uitzicht op het strand en de zee. De rest van de dag is het weer heerlijk luieren en als willen afkoelen nemen we gewoon een duik in de tropisch groene zee.

De volgende dag begint met een buitje, een mooi dagje om naar `Playa del Carmen` te gaan. We zijn wel nieuwsgierig hoe toeristisch het stadje nu werkelijk is. Met een collectivo worden we middenin het toeristische centrum eruit gezet. De hoofdstraat is een grote soevenierstal. Verschillende mensen proberen de aandacht van ons te krijgen en ons in hun winkeltje te lokken. Dat is wel weer even wennen. Maarja, we zijn hier toch gekomen om soeveniers te kopen, dus kunnen we net zo goed even kijken. Na een deel van de soevenierstraat te hebben uitgekamt, zien we een Haagen Daz waar we ons verwennen met een heerlijke ijscoupe. `s Middags verkennen we de rest van het toeristische deel, maar uiteindelijk verkoopt iedere winkel dezelfde spullen.
In een van de vele zilvershops ziet Alex een leuke `klonker` voor Karen. Nee, niet met diamantjes, en nee ook geen bijbehorend aanzoek. Een creatieve ring met verschillende edelsteentjes. Na steving onderhandelen gaat er nog een heel stuk van de prijs af en Karen is helemal gelukkig met haar nieuwe aanwinst.
Een eindje verderop vinden we een winkeltje met leuke keramiek. Na een hele tijd alle schaaltjes drie keer bekeken te hebben kiezen we een paar leuke uit. We proberen nog wat te onderhandelen, maar er gaat echt niets van de prijs af. Als we even later een ander winkeltje inlopen kijkt Alex even wat een vergelijkbare schaal kost, maar dat is meer dan het dubbele. Dus deze keer hadden we zelf zonder onderhandelen nog een goede prijs. Aan het einde van de middag zijn we blij dat we weer teruggaan naar het rustige Tulum. Even is zo`n toeristenplek leuk, maar dat heb je heel snel gezien!

De volgende dagen is het weer heerlijk. We ontwikkelen inmiddels een heerlijk lui strand ritueel. Lekker ontbijtje in het restaurant. Na de laatste slok lekkere koffie smeren we ons in met zonnebrand en gaan we lekker op het zonnebedje een boekje lezen. Als we te verhit raken van de zon, duiken we in de heerlijke zee of douchen we ons af op het strand. Rond de middag lekker even wat drinken in de schaduw en om daarna weer lekker in de zon te luieren. Tot onze eigen verbazing houden we het prima vol met nietsdoen. Wel willen we nog graag een keertje in Cancun kijken.

Met de collectivo rijden we naar Cancun en worden we midden in de werkelijke stad uitgezet. We vragen waar we Plaza Forum kunnen vinden en lopen in de richting waar gewezen wordt. Na een stukje lopen zien we niets wat er op lijkt, dus vragen we nogmaals. We lopen verkeerd en moeten met de bus naar de Zona Hoteleria. Als we even later in de bus zitten, rijden we alleen maar langs grote hotels. De ene nog groter en lelijker dan de andere. Bij het instappen hebben we de buschauffeur verteld waar we eruit willen, maar voor de zekerheid vertellen we het nogmaals. Met zijn hand maakt hij een beweging dat het nog een stuk verder is....ok, nog even geduld dus. Na een tijdje zitten we helemaal alleen in de bus en de buschauffeur is aan het einde van zijn route en vraagt waar we naar toe willen. (???) Oeps vergeten! Na enig onderhandelen, mogen we gratis mee in de goede richting.
Bij een luxe shoppingcentre stappen we uit en kijken vol verbazing rond. Er zijn alleen maar winkels te vinden van bekende Amerikaanse merken. Zelfs de Mac Donalds is aan de luxe omgeving aangepast met gouden logo`s!! We kijken even rond, maar nemen snel de bus naar het Plaza Forum! De prijzen zijn hier wat meer geschikt voor onze portemonnee. Dit is een kleiner shoppingcentrum, maar wel met winkeltjes voor leuke-hebbe-dingetjes. We zien er een mooi leren ´backgammon spel´ en een bijzonder dominospel gemaakt van zwerfstenen. We vragen of we nog korting kunnen krijgen voor het backgammon spel en ja hoor er gaat zo nog een stuk van de prijs af. We eten nog even een ijsje bij de Haagen Daz (zo lekker…) en gaan lekker mensen kijken. Over het algemeen lopen hier mensen rond met werkelijk veel geld of mensen die heel erg hun best doen om eruit te zien alsof ze veel geld hebben. Hier zouden we werkelijk nooit van ons leven naartoe willen gaan voor een strandvakantie en we zijn blij dat we het hele strand voor ons alleen hebben in Tulum.

Het einde van onze reis komt nu echt in zicht. Ouders mailen ons dat ze nu echt aan het aftellen zijn en wij zijn in het internetcafe druk over de verschillende banensites aan het surfen op zoek naar een leuke baan.
Tijdens het internetten zien we dat John en Stef (Wereldreizigers.nu) online zijn. Karen is druk met hun aan het chatten terwijl Alex nog bezig is met de foto`s voor onze site. Het blijkt dat ze op weg zijn naar Palenque om daar de ruines te bekijken. Karen heeft het haar persoonlijke missie gemaakt om de beduuste Belgen te overtuigen om naar Tulum te komen. `Dat is maar 10 uurtjes bussen naar Tulum` en toch om de hoek volgens Mexicaanse maatstaven. Een uur later klinkt er een luide schreeuw door het internet cafe, iedereen kijkt verschrikt op. Is er brand? `Ze komen, ze komen`, schreeuwt Karen.

Terwijl wij weer lui aan het strand liggen (pfff, wordt bijna saai he?!) bekijken John en Stef de ruines van Palenque en nemen vervolgens de nachtbuus naar Tulum. We slapen die nacht allebei onrustig en zijn de volgende morgen al vroeg wakker. Bij iedere auto die we in de verte horen aankomen is het: `Stop ie??`. We verheugen ons enorm op het weerzien van de Belgjes, waarmee we voor het laatst hebben gereisd in Laos, alweer 10 maanden geleden. Net als we willen gaan ontbijten, klinkt het plotseling `Heeeeeyy`. Dat is nog eens een verrassing om zo onze laatste reisdagen door te brengen. We bouwen er nog lekker een feestje van!
Tussen het drukke verhalen vertellen door nemen we af en toe een hapje ontbijt en de tijd vliegt voorbij. We willen nog lekker een paar uurtjes zonnen, maar er komt een dikke bui over die van geen ophouden weet. Gelukkig trekt aan het einde van de middag de bui over en gaan we gezellig in het dorp eten.

Ojee nog maar twee dagen, we kopen nog snel wat laatste souveniers en beginnen al een beetje onze rugzak in te pakken. Best een triest moment als je weet dat het voorlopig de laatste keer is. Het weer werkt vandaag ook niet mee en we krijgen al beschuldigende opmerkingen van John en Stef. Karen had toch gezworen dat het hier mooi weer was, wordt er geroepen! Tussen de grote regenbuien in proberen we nog even in de zon te zitten, maar helaas is het meer regen dan zonneschijn. `Kunnen jullie vast aan het Nederlandse weer wennen` roepen John en Stef in koor.

Onze laatste avond genieten we nog eenmaal van de geweldige pasta van ons restaurant, voordat we de volgende ochtend het strand definitef moeten verlaten. Met al onze baggage moeten we ons een weg worstelen naar de luchthaven van Cancun, met hopelijk nog alles heel tegen die tijd. John en Stef laten we zwaaiend achter (whheeeehhh!!!). Zij hebben nog een dikke maand, maar voor ons is de wereldreis nu echt afgelopen...

Op naar Nederland voor weer een heel nieuw hoofdstuk in ons leven!!

Tulum, 3 oktober 2004
Kippenbussen vol met kuikens...
We moeten al vroeg op het vliegveld van Quito zijn. Minstens drie uur voordat het vliegtuig vertrekt moeten we ons al melden en dat is dan wel effe om 04.30 uur!! Al snel komen we erachter waarom dit nodig is. Quito is waarschijnlijk de meest inefficiente luchthaven ter wereld! Eerst moet je je door de rij worstelen om je luchthavenbelasting te betalen (en zat dat al niet in het ticket?), waarna je anderhalf uur in de rij mag gaan staan voordat de tiep- en stempel miep van de douane je paspoort heeft overgetypt. Op dit soort momenten krijg je toch heimwee naar het strak georganiseerde Schiphol. We kunnen na zoveel luchthavens met trots zeggen dat Nederland de beste luchthaven ter wereld heeft...

De vlucht naar Guatamala heeft een stopover en twee `technicalstops.` Geen idee wat dat nu weer is maar daar komt snel verheldering in. We landen als eerste in Panama, waar we van vliegtuig wisselen en daarna nog in El Salvador en Honduras voordat we op onze eindbestemming namelijk in Guatamala aankomen. Voordat we aan de grond staan passeren we nog wat leuke tropische onweersbuien. Welkom in het regenseizoen. Tja, je kan onmogelijk heel je wereldreis in perfect weer plannen!

Net voor de uitgang van de luchthaven van Guatamala City gaan we op zoek naar een taxi. Dat is nog wel even een gedoetje want de prijzen zijn skyhigh. Na twee keer heen en weer te zijn gelopen, komt er een man op ons af of we op zoek zijn naar goedkoop transport? Als we netjes in ons beste Spaans antwoorden, vraagt hij met klem of we alsjeblieft in het Engels willen praten!!?? Verbaasd kijken we hem aan als hij uitlegt dat hij ons eigenlijk niet mag wijzen naar de goedkope taxis en als we Engels praten verstaan de dure taxichauffeurs het toch niet. Hij legt uit waar we heen moeten lopen en we bedanken hem hartelijk. Wel schattig dat hij ons zo heeft geholpen!
We blijven namelijk niet in `Guata`, zoals deze stad veel wordt genoemd, maar gaan meteen door met de kippenbus naar Antiqua. Eenmaal in de terminal (niet meer dan een vies pleintje) ritsen we snel onze flightbags dicht, terwijl de buschauffeur druk aan het gasgeven is om te laten zien dat hij wegwil. We krijgen vol de uitlaatgassen in ons gezicht, want we staan net aan de achterkant van de bus. Blijkbaar wil hij echt weg, want hij toetert nog een paar keer oorverdovend, maar wij laten ons niet gek maken. De bus is al geheel volgepakt, maar met enige creativiteit kunnen we nog een plaatsje vinden. Een kippenbus in Guatamala is het model Amerikaanse schoolbus met veel te kleine bankjes zonder beenruimte, waar je weer ouderwets op elkaar gepropt zit. Op het dak, de vaste plek voor je rugzak, ligt verder nog allerlei levende- en andere mysterieuze bagage.

Na een uurtje hobbelen en vergassen (jee, wat een luchtvervuiling veroorzaken die bussen!) komen we aan in Antiqua. Een oude coloniale stad, omringd door vele actieve vulkanen. De heftige aardbevingen door de eeuwen heen, hebben de stad een aantal maal verwoest. Naast leuke gekleurde huizen zijn er veel ruines van verschillende kerken en kloosters. Het geheel doet allemaal een beetje romantisch aan.
Karen heeft een leuke stadwandeling uitgestippeld, zodat we alle leuke ruines kunnen bezoeken. Al vroeg gaan we op stap, maar ondanks het tijdstip is het wel even wennen aan de temperatuur hier.

In heel Zuid Amerika was het klimaat koel tot zeer koud en hier staat het zweet al op je voorhoofd als je nog niets hebt gedaan. Terwijl we druk discusseren over welke en hoeveel bolletjes ijs we willen, raken we in gesprek met de eigenaar van een Macadamia-nutfarm. Of we geen zin hebben om morgen heerlijke Macadamia-pancakes te eten voor ons onbijt vraagt hij uitnodigend? En als tip van de week vertelt hij nog even dat dit het beste ijs is in de wijde omtrekt en dat alle smaken heerlijk zijn!

Luid toeterend worden we de volgende ochtend door de kippenbus afgezet bij de ingang van de farm. De farm is door twee Amerikanen opgezet uit idealisme. Aan de ene kant om het milieu een handje te helpen, want een Macadamian boom zet per dag namelijk twee kilo kooldioxine om in zuurstof. Aan de andere kant is het opgezet om de locale bevolking een handje te helpen met een nieuwe en goede bron van inkomsten wat ook nog eens duurzaam ondernemen is. Naast dat Macadamia-noten erg lekker zijn worden ze ook veel gebruikt in gezichtscremes. Om te bewijzen dat dit echt helpt, krijgen we een gratis gezichtsverzorging en zien we er, volgens de masseuzes, zeker vijf jaar jonger uit. Ja, ja??!!

Na twee dagen Antigua lopen we om 6 uur `s morgens al met onze rugzak op naar de bus voor Panajachel. Een stadje aan het Lago Atilan. Volgens sommigen is Lago Atilan het mooiste meer van de wereld. Het is omringt door traditionele dorpjes waar de bevolking nog veel fotogenieke klederdracht aan heeft. Nadat ze ons proberen voor een toeristen prijsje in de boot te krijgen (en wij het daar natuurlijk weer niet mee eens zijn), komen we in gesprek met een stel Amerikanen, die later bij een gammel steigertje vlakbij `Santiago de Atitlan` worden afgezet. Op de heuvel zien we een aantal droomhuizen staan. Geen verkeerde plek om te rentenieren! Ze geven ons nog net even de tip wat de normale prijs van de boottocht is.

In `Santiago de Atitlan` is vandaag een markt, waar werkelijk in alles wordt gehandeld. Het meest opvallende zijn de grote netten vol met overheerlijke advocados. Ze worden verkocht door mannetjes in spierwitte broeken met sierlijke borduursels.
Weer terug in Panajachel zien we een zo`n felgekleurde traditionele broek hangen, inclusief borduursels.
`Aah, Alex pas hem nou even?` Hij past en Karen staat met een brede lach op haar gezicht. Alex voelt zich niet echt op zijn gemak in deze traditionele clownsbroek, dus de koop gaat niet door. Goh, wat jammer nou! Hij zou een echte trendsetter zijn geweest.

Tijdens onze verkenningstocht over het meer bezoeken we ook San Marcos, een klein (hippie) dorpje met een mooi uitzicht. Als we via een smal steegje naar boven lopen vraagt een jochie of we een gids willen. `Een gids!!??` lachen we nog, maar aan het einde van het steegje moeten we toch nog de weg naar het centrum vragen. Daar ben je nu is het antwoord! Ohhh...is de reactie! Dan maar een plekje zoeken voor een groot glas fris en een goed uitzicht. We bladeren even in onze gids en lijken dan een mooie plek te hebben gevonden. Bij aankomst hebben we inderdaad een geweldig uitzicht over het meer. Tijdens het drinken van ons koude colaatje vragen we ons af wat een kamer hier wel niet zou kosten. Het blijkt maar iets duurder te zijn dan in Panajachel, dus morgen slapen we lekker hier!

Op een uurtje kippenbussen van Panajachel ligt Chichicastenango. Zondag`s is hier een beroemde markt voor zowel localen als toeristen. We komen al vroeg aan en verkopers zijn nog druk bezig de vele stands op te bouwen. Maskers, vele keramieke kippenbusjes, T-shirts en vele felgekleurde kleden worden aangeboden. Los van welke goede prijs we ook kunnen krijgen, we worden niet verleid tot een aankoop. Hier in `Chichi` wonen nog vele Mayas die, op een vlakbij gelegen berg, rituelen uitvoeren om de goden gunstig te stemmen. We lopen de korte klim omhoog en we hebben het geluk dat verschillende Mayas hun offer brengen aan de goden. Op de grond worden mooie figuren gemaakt van bloemen, kaarsen en iets wat op snoepgoed lijkt en vervolgens wordt het in brand gestoken als het kunstwerk klaar is.

Op de terugweg naar Panajachel stappen we als een van de laatsten in de bus. Voordat we weggaan worden er nog twee biggetjes onder luid protest in een krat gestopt en op het dak gezet. Als de biggetjes wat rustiger worden, komt er een zacht gepiep achter ons vandaan. We kijken achterom en zien een felgekleurd kleed zachtjes bewegen. Dat kunnen niet anders dan kleine kuikentjes zijn.

Als we naar de haven van Panajachel lopen, wordt het wel erg donker. Onze lancha (= boot) naar San Marcos heeft gelukkig wel een dakje, maar dat is zwaar onvoldoende voor een tropische stortbui. Schuilend onder een groot stuk plastic houden we gelukkig onzelf en de bagage redelijk droog. Ja, dat is een van de nadelen van het regenseizoen. Je kan er bijna je klok op gelijk zettten wanneer er een dikke bui valt. Gelukkig wordt het al snel minder en worden we netjes bij de steiger van het hostel afgezet.

We worden door de eigenaar opgewacht en naar de kamer gebracht. De ruime kamer die we krijgen heeft vanuit het grote bed een uitzicht direct over het meer. Tijd voor een koud colaatje vinden we. De eigenaar weigert dit echter te geven. `Je zit hier in het paradijs en dan ga je toch geen cola drinken!!??` roept hij verontwaardigd uit. Dan maar een heerlijke Cuba Libre en gaan lekker onderuit zitten. Na nog twee Cubaas en een goede thai curry komt een van de jongens naar ons toe om te vertellen dat de sauna gereed is. Ze hebben hier wel een hele creatieve sauna. Een stenen ronde koepel op het strand. Met een stalen ton op zijn kant waar het houtvuur in wordt gestookt en een frisse duik voor de deur heb je voila: een heerlijke sauna. Na een kwartiertje zweten nemen we een duik in het meer, onder de heldere sterrenhemel. Wat een verwennerij.

Als we de volgende ochtend heerlijk liggen te zonnen op het steigertje dubben we of we nog niet een dagje extra moeten blijven. Moeilijke beslissing, maar we gaan toch maar naar Guatamala City om daar de nachtbus naar Flores te pakken.
Vlakbij Flores in het noorden van Guatamala ligt Tikal, een oude Maya stad midden in de jungle.
In Guatamala City worden we afgezet in een duistere straat. Volgens het kaartje van de gids is het maar een paar blokken lopen naar de busservice voor Flores. We voelen ons echter niet op ons gemak en houden snel een taxi aan. We hebben, volgens het foldertje de luxeste service naar Flores. In Panajachel werden de kaartjes voor ruim vijfig dollar verkocht, maar hier aan het loket, kosten ze nog niet eens de helft. Blijkt maar weer hoeveel geld je bespaart als je er een beetje moeite voor doet. De bus is inderdaad luxe. Heerlijke leren stoelen en zelfs een hostess die ons verwent met drankjes en snacks. We zetten onze stoelen in luierstand en een illigale kopie van de film `Catwoman` met Hale Berry wordt opgezet. De bus staat een tijdje te wachten en de hostess is spoorloos. Wat is er aan de hand, we zullen toch geen pech hebben vragen we ons nog af? Even later blijkt dat we met de bus door de Mac Drive rijden voor een heerlijke hamburger!? Als ze naar boven komt met een enorme doos met 50 hamburgers is dit is wel een heel uniek moment in onze bushistory.

Om stipt vijf uur `s morgens komen we aan in Flores. Je zou verwachten dat het er uitgestorven is op dit tijdstip, maar het is al een drukte van belang. De hitte slaat ons direct in ons gezicht zodra we de bus uitstappen. We zijn aangekomen in de jungle en het vochtigheidsgehalte stijgt weer tot bijna net geen regen. We willen graag naar El Remate, maar de minibusjes die naar Tikal gaan, willen ons niet tot halverwege meenemen. We kunnen wel mee met de normale bus richting Belize, maar dan moeten we nog een paar kilometer lopen met onze rugzak. Geen probleem voor ons bikkels (uhhhm??!!), maar het is verder lopen dan we dachten en het hostel wat ons wel leuk leek, zit nog vol ook. Zwetend (veel!!) lopen we door en gelukkig heeft het hostel even verderop wel een kamer en een heerlijke steiger waar je op kunt zonnen en genieten van Lago Peten Itza.

Als we een duik willen nemen om even af te koelen, lijkt het of het water nog warmer is dan de temperatuur van de buitenlucht. We hebben wel eens vaker in een warme zee gezwommen, maar dit is net een heet bad!!
We duiken ´s avonds al vroeg ons bedje in om een beetje bij te slapen en omdat de wekker alweer om 5 uur gaat. Om precies half zes staat het busje voor het hostel om ons naar Tikal te brengen. Om zes uur zijn we er al en er is nog helemaal niemand. Volgens de reisgids kan het superdruk worden met grote toergroepen die vanaf Guatamala zich voor een dagje even naar Tikal laten vliegen.
De eerste Mayas leefden hier al 600 jaar voor Christus, maar pas vele eeuwen later zijn de bekende torens, die nu ver boven de groene jungle uitsteken, gebouwd. Tikal is tot 900 na Christus bewoond gebleven, waarna het door onbekende oorzaken is verlaten. Weer ruim 900 jaar later is het door een spaanse monnik ontdekt. Nu zijn de vele tempels voor het grootste deel ontdaan van de overwoekerende jungle en deels gerestaureerd.

We lopen helemaal alleen richting de eerste groep tempels en na een tijdje zien we de Tempel van de Jaguar, een van de belangrijkste tempels. Steile trappen leiden omhoog tot een rechthoekig huisje, wat waarschijnlijk de graftombe is geweest. Deze tempel mogen we helaas niet beklimmen. Maar net aan de andere kant van het plein ligt de Tempel van de Maskers. Na een steile klim puffen we even uit terwijl de zon langzaam boven de jungle uitkomt. Omdat het erg vochtig is ontstaat er een mysterieuze mist net boven de bomen en rondom de tempels. We blijven lekker nog even zitten tot er een groep toeristen aankomt en dan maken we ons snel uit de voeten.

Op weg naar El Mirador lopen we door de dikke jungle en het lijkt wel of er vlak achter ons een boom omvalt. Als we stilstaan blijkt het een groepje Spidermonkeys te zijn, die met hun lange armen en staart heel elegant door de bomen slingeren. Na nog een kwartiertje lopen komen we bezweet aan bij een smalle en steile trap omhoog, die naar de 74 meter hoge top van El Mirador leidt. Ook hier is het nog verbazend rustig, terwijl dit toch een van de hoogtepunten van het park is. Eenmaal bovenop zien we alle grijze tempels mooi afsteken tegen de groene jungle en de blauwe lucht.
Even verderop ligt een ruine in de vorm van een pyramide. Normaal mag je deze beklimmen en heb je een mooi overzicht over heel Tikal, maar helaas is deze gesloten. We lopen een rondje om de pyramide, maar je mag er echt niet op. Als we iets verder lopen, komen we aan bij het Plein van de Zeven Tempels. In het midden van dit plein staan allerlei tentjes en als we wat dichterbij komen zien we archeologen druk in de weer om een menselijk skelet schoon te poetsen en elk detail vast te leggen in een schets. We komen al aan bij de laatste van de vijf grote tempels. Bij deze tempel staat een hele beschrijving van hoe de tempel er voor de restauratie heeft uitgezien. Geheel overwoekerd door de jungle. Voorzichtig zijn alle bomen en overige begroeing verwijdert. Nu is een deel strak gerestaureerd, een deel in orginele staat en zeker de helft is nog overwoekerd door jungle. Dit laten ze zo om te voorkomen dat de tempel teveel beschadigd door erosie. Natuurlijk moet ook deze tempel even beklommen worden, maar de trappen zijn wel heel erg hoog en steil. Toch maar even omhoog en eenmaal boven kun je uitkijken over de Tempel van de Jaguar en de Tempel van de Maskers. Na het schieten van wat plaatjes is het alweer tijd om naar de uitgang te gaan. De chauffeur van het busje staat al klaar, maar voor we uiteindelijk weggaan maken we nog even een ererondje over de parkeerplaats en langs de aanliggende restaurantjes om meer mensen te verzamelen. Helaas voor hem blijven we de enige passagiers. Onderweg stoppen we nog even om de rugzakken op te pikken om vervolgens door te rijden naar Flores, waar we netjes voor het hostel worden afgezet.

We gaan Guatamala verlaten voor het laatste land van onze reis, Mexico. De bus richting de grens van Mexico vertrekt alweer vroeg. Dit keer moeten we om 5 uur in de ochtend al op het bus-station van Santa Elena zijn, wat een half uurtje lopen van Flores ligt. Het wordt bijna een gewoonte om midden in de nacht op te staan. De bus staat al gereed en er worden druk mensen geworven voor een rit in een kippenbus. Uiteindelijk vertrekken we pas tegen half zes en hadden we toch nog een half uurtje langer kunnen uitslapen! Na twee uur bussen over zandweggetjes stoppen we in een dorpje. Terwijl de chauffeur van zijn ontbijt geniet wordt de bus volgeladen met een vijftigtal koelboxen. Het wordt weer tijd om verder te gaan, want de dure toeristenbus, die even luxe is uitgerust als onze bus, komt er al aan en die moeten we natuurlijk voor blijven. Na nog een uurtje hobbelen over een onverharde weg, wordt de weg steeds smaller. Het is duidelijk niet de meest gangbare route om naar de grens van Mexico te gaan. Uiteindelijk komen we aan in Bethel, waar we onze stempel halen om het land te mogen verlaten. We moeten nog even wachten tot de druk bezette ambtenaar uiteindelijk te voorschijn komt en natuurlijk probeert hij ons wat dollars afhandig te maken, in ruil voor de stempel. Helaas voor hem trappen we er niet in. De bus is ondertussen uitgeladen en brengt ons verder naar de rivier waar we naar Mexico kunnen oversteken. Na de korte rivier-oversteek worden we netjes door taxies opgewacht, die ons gratis naar de bus willen brengen. Dat kan niet, niets is hier gratis roepen we uit! Maar de andere taxichauffeur geeft aan dat het echt gratis is. Twijfelend stappen we in en we vragen nog even of hij wil stoppen bij Immigratie. Daar wordt niet gewerkt volgens de chauffeur. Moeten dit nu geloven? Hoe komen we nu aan onze Mexico stempel? Het ziet er echt gesloten uit dus er zit niets op dan doorrijden maar. De bus naar Palenque blijkt slechts een minibusje met een veel te koude airco te zijn en samen met een local worden we laagvliegend naar onze eindbestemming gebracht.

Na onze rugzakken snel te hebben gedropt gaan we eerst op zoek naar de Mexicaanse immigratie. Nadat we drie gesloten kantoortjes hebben bezocht, weet de politie ons te vertellen dat het immigratiekantoor 10 kilometer buiten het stadje ligt. Als we daar uiteindelijk aankomen blijkt dat we de immigratiemedewerker wel erg storen met het lezen van de advertentiepagina. Die heeft duidelijk te weinig te doen! Nadat we ons verhaal hebben gedaan en blijkt dat hij ons niet kan afwimpelen, krijgen we met veel tegenzin een formuliertje wat we moeten invullen. Uiteindelijk kan hij het nog net opbrengen om een stempel te zetten. Je zult maar elke dag met zoveel plezier je werk doen. Ongelofelijk! We hebben gelukkig het stempeltje, want je weet maar nooit hoeveel problemen je krijgt als hiet niet was gelukt op dezelfde dag.

Palenque, 9 september 2004
De Galapagos, een dierendroom...
We zijn vannacht wel drie keer wakker geweest. Verschrikt op de wekker kijkend of we ons niet verslapen hebben! Blijkbaar vinden we het erg spannend dat we vanochtend naar de Galapagos vliegen! Is ook niet zo gek als je bedenkt dat we een week lang op een boot door het enorme Nationale Park varen en de meest fantastische beesten op raakafstand bekijken. Wie kijkt hier nu niet naar uit?!...

Het is weer even wennen dat vliegen. Klinkt gek, maar na vierenhalve maand bussen is het weer een heel nieuw transportmiddel. Als weonze eerste landing hebben in Guayaquil en we vol in de remmen moeten omdat de landingsbaan veel te kort is, weet Karen weer heel precies waarom vliegen toch zo leuk is (NOT!) Vlak boven de eilanden zitten we met onze neuzen al tegen het raam gedrukt om de beloofde Manta Rays te spotten, maar helaas laten ze zich vandaag niet zien. (Hoe zit dat nou RijkJan?)

Na het betalen van het enorme bedrag aan entreegeld voor het National Park, krijgen we eindelijk de beroemde Galapagos stempel (daar doe je het voor he!?) in ons paspoort. Tien meter verder lopen we tegen onze gids op die het bord `Seaman` omhoog houdt. Wat kan een georganiseerde reis soms makkelijk zijn. Je stapt zo in de bus en voor de rest wordt alles gezorgd. In een oogwenk zitten we op de boot en maken we kennis met de andere passagiers. De samenstelling van de groep wisselt iedere paar dagen, omdat je drie verschillende trips kan boeken. De meeste passagiers zaten nog aan boord en met een mix van nationaliteiten is het al snel een gezellige boel.

We lichten meteen het anker en varen naar onze eerste bestemming, die drie uur verderop ligt. In de tussentijd krijgen we een zeer uitgebreide instructie van onze gids wat we kunnen verwachten, maar vooral wat we allemaal niet mogen. We moeten er wel een beetje om lachen, want het voelt alsof je voor het eerst op schoolreisje gaat en de meester spreekt je van te voren even streng toe dat je je netjes moet gedragen.

Karen neemt haar reistabletje te laat en gaat al geheel misselijk op het bovendek zitten. Even later hangt een italiaanse jongen al kotsend over de railing en Karen kan het gelukkig nog net binnenhouden. Na een uurtje golvenbeuken komt dan eindelijk ons eerste eiland in zicht. Isla Bartolome is bekend om zijn enorme `Pinnacle Rock`, die vlak langs het strand uit het water steekt. Eerste activiteit: snorkelen!!! Niet een echt tof vooruitzicht als je weet dat het water maar 16 graden is. De dunne shortie (wetsuit) maakt het niet aanlokkelijker, maar als we horen wat er allemaal te zien valt dan moeten we maar gewoon even de tanden op elkaar zetten.

Met de dinghy (bijbootje) worden we op het strand gezet en de eersten duiken al het water in. De mensen die al een paar dagen met de Seaman varen, snorkelen er lustig op los en moedigen de rest aan om snel te volgen. Alleen al met je benen erin heb je al het gevoel dat je ter plekke bevriest dus we hebben inderdaad heel veel moed nodig. Na een kwartier aanmodderen is Karen het zat er rent met volle snelheid het water in. Even later volgen de bekende schreeuwen van de kou, maar dan is ook zij vertrokken. Alex kan dan toch niet achter blijven en komt een tijdje later erachteraan zwemmen!
De eerste grote ontmoeting vindt al plaats na een paar meter vinnentrappen. Een enorm grote schildpad zwemt uiterst tranquil vlak onder Karen langs. Verrukt van het mooie beest worden er van heel dichtbij fotoos genomen met onze nieuwste aanwinst: een wegwerp onderwatercamera. Het beest lijkt zich compleet niet aan ons te storen en beter gezegd lijkt het ons bijna niet te zien. Proestend komen we weer boven en ratelen we aan een stuk door hoe mooi de schildpad wel niet was. Helemaal blij zwemmen we verder en zien we nog drie andere schildpadden. Met eentje zwemmen we een hele tijd mee en kunnen we van heel dichtbij zien hoe gracieus hij zwemt. Alex krijgt het koud en roept boven het golvende water uit dat hij teruggaat naar het strand. Karen heeft er nog niet genoeg van en zwemt nog even door naar de `Pinnacle`. Ik zwem flink door want het water is best koud en doorzwemmen is de enige manier om jezelf een beetje warm te houden. Voor de orientatie steek ik mijn hoofd een keer boven water en schrik ineens hoe dicht ik bij de rotsen ben. Nog geen seconde later mompel ik iets enthousiasts in mijn snorkel. Links van mij staat een enorme pelikaan parmantig op een rots en recht voor mij, op nog geen twee armlengtes verder zit een pinguin!!! Ik kijk druk om mij heen wie er nog meer is, maar ik ben echt de enige die van dit mooie tafereeltje mag genieten. Het is onbeschrijfelijk hoe dichtbij je bij deze dieren kan komen zonder dat ze er zich aan storen. Wel een dikke vijf minuten heb ik vanuit het koude water deze mooie beestjes aanschouwd. Daarna zwem ik snel terug naar het strand om Alex het verhaal in geuren en kleuren te vertellen...

De zonsondergang bewonderen we van de hoogste piek (114 meter!?) van Isla Bartolome. Het hele eiland is een grote lavaberg. Het lijkt wel een beetje op een zwart maanlandschap. Van de top kunnen we goed de smalle strip land zien die de twee eilandjes lijken te verbinden. Daar was ook het strand waar we gesnorkeld hebben en het enige groen wat er op dit eiland is te vinden. Het enige wat echt op de lava lijkt te groeien zijn lava cactussen.

Vannacht varen we naar Genovesa. Een eiland wat minstens 8 uur varen naar het noorden ligt. Van de groep die al een tijdje aan boord is horen we de meest vreselijke zeeziek-verhalen en al heel snel wordt duidelijk dat we ons kunnen opmaken voor een heftig nachtje! Waar zijn de pillen...???!!!!
Om 10 uur `s avonds begint het feest al, maar de eerste vier uur vallen mee. Daarna is het een gebeuk van jewelste. Naar de wc gaan is nu geen optie meer, want er wordt zeker naast de pot gepiest zeg maar. Als we om zes uur aan het ontbijt verschijnen zitten er een paar gezichten ons lachend aan te kijken. `En?? Fijn geslapen jongens?` Pffff....

Het uitzicht is meteen verpletterend! We liggen in Darwin Bay en links van ons is een soort lagoon met een mooi strandje. De rest van de baai wordt afgebakend met hoge cliffen. Ze zijn een beetje flets van kleur, maar de enorme vogels vliegen af en aan. Met de dinghy gaan we aan land en voor we uberhaupt met een voet in het water staan (de zogenaamde wet landings) wordt er hard geroepen `Shark, Shark!!` We staan al zowat op het strand dus hoe kan er hier nog een haai zwemmen!? Volgens Mauricio komen ze wel tot 1 meter vanaf het strand en soms kunnen ze zichzelf een beetje het zand opduwen als ze aan het jagen zijn. Fijne gedachte hoor...
Eenmaal veilig op het strand lijkt het wel alsof we door een enorme etalage van dieren lopen. We struikelen bijna over de zeeleeuwen en aan de rand van het strand broeden `Swallow-tailed gulls`, met hun knalrode voetjes en een perfect rood ringetje rondom hun kraaloogjes. Sommigen zijn druk aan het broeden en anderen hebben net een paar dagen een piepklein jong die nog niet eens veren heeft. Ze broeden op het strand dus we moeten goed uitkijken waar we lopen. Verderop zitten op de lage struikjes de `Great- en de Magnificent frigatebird`. Ze zijn wel bekend van hun rode hals die ze in de paringstijd kompleet kunnen opblazen. Deze groep zijn aan het broeden dus zijn hun ballonetjes leeg, maar Mauricio beloofd dat we ze later in de week nog op een ander eiland zullen zien. Een stukje verder zit een `Yellow crowned night heron` stoicijns op een been. Onbewegelijk staart hij recht door ons heen. Een muur van stenen beschermt deze lagoon van het watergeweld van de baai. Het water is kristalhelder en het stikt er van de `Sally lightfoot crabs`. Enorme krabben met grote ogen en een knalrood lijf. We struikelen over de `Marine iguanas` en na al die eerste indrukken van Isla Genovesa komen we bij het absolute hoogtepunt van dit eiland: de `Red footed boobys`. Familie van de `Blue footed versie`, maar dan natuurlijk met een stel knalrode pootjes. Ze broeden hier in lage struikjes en met hun grote rode zwemvliezen zitten ze trots in de bosjes. Veel jonge vogels in alle stadia van pluizigheid zitten nog bij de ouders of lopen hier en daar zelfs los rond.

De middag besteden we snorkelend langs de enorme muren van de baai. We zien allerlei visjes, zoals de `King angelfish` met veel felle kleurtjes en de `Moorish idol`, die voornamelijk zwart met geel gestreept is. Langs de muur plakken de nodige `Marine iguanas` en de knalrode kreeften. We zwemmen nog met groene zeeschildpadden (we gaan het al heel normaal vinden!), maar dan zien we iets van de onderwaterwereld wat we in onze hele duikcarriere nog niet hebben gezien. Een enorme `Manta Ray` zwemt (vliegen beschrijft het beter) vlak aan de oppervlakte van het water!!! Wauw, wat een enorm beest! Op het moment is hij zich aan het voeden met plankton. De enorme bek gaat open en dan maar eten. Van Manta Rays weet je dat ze een tijdje later dezelfde route terugzwemmen, dus het enige wat je hoeft te doen is wachten totdat hij terugkomt en recht op je af komt zwemmen. De enorme `vleugels` bewegen langzaam op en neer en de witte buik en zijn zwarte rug kan je goed zien. Dit exemplaar heeft zeker een spanwijdte van 4 meter!! Heel indrukwekkend om te zien!! Als we nog maar net zijn bijgekomen van al die indrukken en we op weg zijn naar de grote boot, springt er nog speels een `Botlle nosed dolphin` voor onze boot uit. Wauw, wat een natuur hier!

Tegen zonsondergang gaan we aan wal. Met de dinghy varen we naar het uiterste puntje van de baai, waar de muren nogsteeds hoog boven het water uittorenen. Hier zijn er wat trapjes uit de muur gehakt zodat we er bovenop kunnen klimmen. Het landschap ziet er een beetje kaal en dor uit met allemaal witte bomen. Volgens Mauricio is dit in het regenseizoen allemaal dikke groene vegetatie. Het eerste wat we zien zijn veel `Masked boobys`, die charmant om elkaar heen dansen en hun specifieke lokroep laten horen. Ze zijn druk aan het broeden of af en aan het vliegen om hun jongen te voeden. Er zijn ook veel andere vogels te vinden, zoals de `Cactus finch`, die van en op de cactussen leeft, de `Mockingbird`, een mini-roofvogeltje en de `Galapagos Dove`. Op Genovesa heb je ook uilen en daar gaan we naar op zoek. De `Short eared owl` heeft hele goede schutkleuren en is moeilijk te spotten, maar na lang zoeken zien we er dan toch een...heel ver weg. Jammer dat we niet dichterbij kunnen komen en een beetje sip lopen we weer terug naar de enorme muren en de dinghy. We zien nog duizenden `Storm Petrels` die af en aanvliegen op de rotsige kust, maar wat een mazzel hebben we als we vlak voordat we bij de boot zijn een uil zien zitten vlak langs het pad!! Een feest voor alle fotografen...

Vannacht varen we dezelde route weer terug, maar nu hebben we de golven mee en dat scheelt een hoop voor de nachtrust. We ankeren vlak voor de Plaza eilanden, die ten oosten liggen van Isla Santa Cruz. Met de dinghy varen we naar het kleine eilandje, maar kunnen eerst helemaal niet aan wal. Enorme zeeleeuwen blokkeren het kleine steigertje en de `beachmaster` (=de baas) laat luid horen dat ze nog lang niet van plan zijn te vertrekken. Heel wat minuutjes en geduld later verdwijnen ze langzaam in het water en kunnen we er langs. We hoeven niet meer dan drie meter te lopen om ons weer helemaal te vergapen aan alle dieren. Veel jonge zeeleeuwtjes van soms maar een paar dagen oud, maar ook veel jongen die het niet hebben gehaald en levenloos tussen de rotsen liggen. Nieuw op dit eiland: de Land iguana. Famlie van de marineversie, maar anders van kleur en formaat. Zoals de naam al verklapt leven deze kleine draakjes alleen op het land. Ze zijn vrij groot en stevig en hun kleur is meer een schakkering van groen dan zwart, zoals de Marine iguana. Door de lichtere kleur kan je veel meer details zien in de kop en de rug. Er steken heel wat stekels uit en het is een echt prachtbeest. Ze leven van de cactussen, die hier overigens erg groot zijn en meer iets weg hebben van een boom. Aan de andere kant van het eiland zien we voor het eerst de `Tropical bird` van dichtbij. Deze mooie, elegante en spierwitte vogels hebben we al vaker zien vliegen. Ze zijn makkelijk te herkennen aan hun hele lange staart en poten. Verder weer de nodige `Masked boobys`, `bachelors` (jonge mannetjes zeeleeuwen die in de leer zijn voor beachmaster) en de nodige `Sally lightfood crabs`. Deze laatste zijn zo fotogeniek, dat we niet kunnen ophouden met klikken.

Morgenvroeg krijgen we weer een nieuwe groep passagiers aan boord en daarom liggen we vanavond al in de haven van Puerto Ayora aan de zuidkant van Isla Santa Cruz. Vanaf Isla Plaza is dat nog vier uur varen. De rest van de middag spenderen we dus op volle zee. Het zonnetje schijnt lekker en op het zonnedek van de boot kan je daar prima van genieten. We gaan recht tegen de wind in en de `Frigate birds` kunnen daar prima van profiteren. Ze zweven boven het zonnedek op de luchtstroom van de boot en hoeven de hele weg niet een keer met de vleugels te wieken. Soms kunnen we ze bijna aanraken, zo laag zweven ze boven ons. Een mooi gezicht, maar wel een gevaarlijke plek voor ons. We zitten recht in hun poeplinie!!! Ten opzichte van onze medepassagiers, die een paar keer volop worden geraakt komen wij er nog genadig af.
Opeens klinkt er heel hard de noodsirene van de boot. Een stukje links van de boot duikt net een `Humpbackwhale` omhoog...met jong!!! Speels spetteren ze door het water en wij kijken onze ogen uit. Na een paar dagen Galapagos bevatten we nog steeds niet wat een dierenparadijs dit is. Soms hebben we er gewoon geen woorden voor.
Een uurtje later worden we nog een keer getrakteerd op zo`n 70 `Bottle nosed dolphins`, die met een enorme snelheid voor de boeg van de boot zwemmen en hun springkunsten uitvoerig aan ons laten zien. Wat een prachtbeesten!
Eenmaal in de haven verbazen we ons over het groene water en de massa`s zeeleeuwen die hier nog zwemmen. Een haven is toch nooit een van de schoonste wateren, maar de pelikanen en zeeleeuwen schijnen zich daar niet aan te storen. Samen met de groep Belgen, die morgen weer naar huis gaan, toasten we in het dorp op een fantastische Galapagostocht en op eindelijk een rustige nacht voor de boeg. Wij hebben nog vijf dagen in dit natuurwonder...

Puerto Ayora is de stad met de meeste inwoners van de Enchanted Islands. Hier zit ook het `Charles Darwin Research Centrum`. Vandaag gaan we die bezoeken, maar eerst gaan we naar het `Tortoise reservaat` en de farm die er vlakbij ligt. Het ligt allemaal midden op het eiland dus worden we er met de bus naartoe gereden. De farm verbouwt veel vruchten, maar dat is niet hun belangrijkste attractie. Het `Tortoise reservaat` grenst direct aan de farm en de tortoises weten niet echt waar de grens zich bevindt. Met andere woorden hier gaan we schildpadden in het wild kijken. We hoeven er nog geen 10 meter voor te lopen of daar ligt onze eerst `Dome-shaped tortoise!` Een schildpad (zo mag ik ze eigenlijk niet noemen) van zo`n 250 kilo. Ze kunnen wel 200 jaar oud worden, maar deze is nog vrij jong vertelt Mauricio. Als iedereen wat dichterbij komt trekt hij verschrikt zijn kop in en maakt een hissend geluidt. De tortoises op de farm en in het reservaat zijn iets schuwer dan die in het Research station. Hij trekt dan wel zijn kop in, maar hij loopt niet weg! Op minder dan een meter afstand kunnen we hem bijna aanraken, maar dat is natuurlijk uit den boze. Over de hele farm zien we er wel een stuk of zes. De een net iets jonger of ouder en groter en kleiner. De beesten zijn echt enorm en bijzonder fotogeniek! Alex is weer helemaal in zijn element!

Vrij vroeg in de middag gaan we naar het Charles Darwin Centrum. De zon bakt er goed op. Volgens Mauricio hebben we bijzonder veel geluk met dit mooie weer. Normaal is er voor de tijd van het jaar veel meer bewolking en is het stukken kouder. Dat we nu strak blauwe luchten hebben met de hele dag zon is blijkbaar heel bijzonder.
Het research station staat er al enkele tientalen jaren en houdt zich onder andere bezig met het `hatchen` van torotoises. Het woord kwekerij gaat een beetje ver, maar de voortplanting en uitzetting van jonge bedreigde dieren op de eilanden is hier een belangrijke bezigheid. Het centrum is zeer informatief, maar het leukste zijn natuurlijk weer de enorme Tortoises en uiteraard `Lonesome George`. Deze mannelijke Tortoise is een aantal jaar geleden als enige overlevende gevonden op een eiland. Totaal verhongerd en verdroogd is hij opgevangen in het research centrum. Omdat hij de enige in zijn soort is hebben ze hem nooit uitgezet op het eiland waar hij vandaan kwam. Ze proberen hem in het centrum al jaren te matchen met verschillende vrouwtjes, maar George heeft er geen zin in en voelt zich niet echt aangetrokken tot een van de dames. Zo blijft hij voorlopig de enige in zijn soort en blijft het national park driftig op zoek naar de juiste broedpartner voor hem. We maken wat mooie platen en kopen uit nood twee Galapagos t-shirts, omdat er al spontaan gaten ontstaan in onze oude t-shirts.
Na het kennismaken met de nieuwe groep passagiers, wordt er diezelfde nacht nog koers gezet naar Floreana ten zuiden van Santa Cruz Eiland.

Voordat we ontbeten hebben zitten we al in de dinghy voor een kusttoertje. Het is nog maar zes uur `s morgens, maar het eiland is al vol met leven. Uiteraard ontbreken de vele zeeleeuwen niet en worden we weer verwelkomt door de beachmaster die luidt `blaffend` om onze bootjes heen zwemt. De beachmasters zijn erg territoriaal en moet je dus niet tegenkomen als je lekker aan het zwemmen bent. Deze baai heet Punta Cornorant en daar is genoeg te zien. Twee Galapagoshaaien verder zien we schildpadden zwemmen en het stikt er weer van de broedende `Blue footed boobys`. We hebben ze alleen nog niet van zo dichtbij gezien als de Redfooted op onze eerste dag, maar Mauricio beloofd dat we daar niet lang op hoeven te wachten.
Na het ontbijt gaan we naar het kleine strand. Een heel beroemd strand eigenlijk want deze baai wordt ook wel eens `postoffice bay` genoemd. In de tijd van de whalers, eeuwen geleden, stond hier een enorme brievenbus. De whalers kwamen vanuit alle windstreken van de wereld en de mannen lieten hier hun post achter voor hun thuis. Andere boten die die kant op gingen namen de post mee en werd het in de thuishaven bezorgd aan de geadresseerde. Een heel goedkoop en zeer efficiente manier van postbezorging. Voor de grap staat hier nogsteeds een brievenbus voor deze oude en traditionele wijze van postverzenden. Nu zijn het niet meer de whalers die er gebruik van maken, maar de vele toeristen die vanuit alle uithoeken van de wereld de `Enchanted Islands` komen bezoeken. Als Nederlander post je je kaart in de brievenbus in de hoop dat een andere aardige Nederlander deze mee terug neemt naar huis en hem dan daar bij de geadresseerde thuis bezorgt of een postzegel plakt en hem in een nederlandse brievenbus stopt. Mauricio vertelt dat op deze manier de post soms sneller op zijn bestemming komt, dan de reguliere wijze van posten. Wij proberen dat natuurlijk ook en stoppen demonstratief vier exemplaren in de karakteristieke brievenbus. We zijn benieuwd of er ooit iets van aankomt!?

We snorkelen nog een stuk en bewonderen twee grote schildpadden en honderden verschillende visjes. De bemanning speelt in de knallende zon een fanatiek potje voetbal, maar wij houden het lekker bij het kijken naar twee vissende `Blue footed`. Recht voor ons neus geven ze een enorme vlieg- en duikshow en wordt er met veel succes gevist. De Pelikanen gaan zich er ook mee bemoeien en ze hebben al een hoop bekijks...de showoffs!! Heel onverwacht schiet er nog een pinguin door het water die net, voordat de Pelikaan het water raakt, de enorme vis wegsnaait.

Een stuk verderop ligt de rotsformatie `The Devils Crown`. Een goede plek om te snorkelen zeggen ze. Alex heeft geen zin om zich nog een keer in een nat pak te hijsen, maar Karen gaat wel. Als dit echt zo`n mooie plek is dan kan je dat natuurlijk niet misssen!
De praktijk wijst anders uit. De golven en stroming rond de rotsen zijn enorm sterk en hoewel we er niet tegen in hoeven te zwemmen is het toch geen pretje. Na een paar slagen zwemmen gaan verschillende mensen weer terug naar de boot. Karen vindt het niet zo`n probleem. Dit jaar hebben we al heel wat gesnorkeld en gedoken en dan ben je wel wat omstandigheden en stroming gewend. Het is vrij diep en het zicht is niet echt geweldig. Als zich er ook nog niets speciaals aan beesten laat zien, komt ze een beetje teleurgesteld weer terug in de dinghy. Op zijn minst was het even een stevige zwempartij!
Samen met Alex hebben de `niet-snorkelaars` zich intussen vermaakt op het strand bij de `Flamingo Lagoon`. Tussen een hele groep zeeleeuwen kan je je op het strand ook prima vermaken. Soms moet je wel eens een paar meter opschuiven als de beachmaster er `blaffend` aan komt, maar dat maakt het geheel weer boeiend en is het uiteraard weer prima geschikt voor een paar kiekjes. Die kiekjes worden overigens wel een beetje een probleem, want in de tussentijd hebben we bijna twee compact flash kaarten vol en zijn we bijna 400 fotoos verder. Helaas moeten we nu een beetje selectief zijn, maar van die mooie flamingoos (natuurlijk weer de bekende `Galapagos`-soort) kunnen we geen plaatjes missen!! Tijdens een wandeling rond de lagoon kunnen we sommige exemplaren van up-close-and-personal goed bekijken! Deze zijn weer net wat anders dan die we in Bolivia hebben gezien. Ze zijn veel donkerder van kleur en soms zelfs een beetje oranje in plaats van het zachte roze wat we gewend waren. Als de zon ondergaat gaan we weer terug aan boord voor de tocht naar Espagńola Island zo`n 7 uur verderop.

We hebben weer een `dry-landing`, maar als van ouds moeten we eerst weer de zeeleeuwen van de pier jagen, die dit keer iets sneller verdwijnen. Nog geen drie stappen aan land zien we het meest unieke wat we van alle eilanden hebben gezien. Ter plekke zien we een een jong zeeleeuwtje geboren worden!! De moeder lijkt het moeilijk te hebben, maar lijkt voldoende emotionele steun te hebben van de andere zeeleeuwen die dichtbij haar zijn. Niet alleen de zeeleeuwen blijken support te geven, maar ook veel mensen die staan te kijken. Sommigen geven een schreeuw van enthousiasme en bij anderen (vooral vrouwen! Hoe kan dat nu toch?) rollen tranen over de wangen van emotie. Wij staan vooral met onze mond open van verbazing en ongeloof dat we het geluk hebben dit te zien. Na een half uurtje is het gebeurd en lijkt het jong te worden platgeknuffeld door mams. Zwaar onder de indruk beginnen we aan onze wandeling over het eiland en we vragen ons af wat hier nog tegenop kan boksen, niet wetende wat het eiland nog meer voor ons in petto heeft.

Marine Iguanas hebben we zo`n beetje iedere dag al gezien. Zwemmend of tegen een rots geplakt zijn ze wel overal te vinden, maar deze zijn van een wat andere versie. Ze zijn nu niet meer zwart, maar voornamelijk rood van kleur. Ook een stuk grover lijkt het net een heel ander soort beest. De `Blue footed boobys` die we al langer van een afstandje hebben kunnen bewonderen, zien we nu van heel dichtbij op hun nest zitten. De jongen worden niet direct geboren met de smurfenblauwe pootjes, maar hun donzige pluizige kopjes maken ze zeker niet minder schattig. Sommige stelletjes dansen trots om elkaar heen en laten hun bauwe poten goed aan elkaar zien. Het is niet alleen een begroeting, maar vooral ook een hofmaking naar elkaar. Onderweg worden we de hele tijd vergezeld door brutale gele `Galapagos Flycatchers` die nieuwsgierig om ons heen hippen.
Alles lijkt net weer een grote etalage van vogels want nog geen 50 meter verder komen we aan bij de `Waved Albatrossen`, een kleiner soort dan de `Royal Albatrossen` in Nieuw Zeeland, maar zeker niet minder indrukwekkend om te zien. We hebben geluk volgens Mauricio want de Albatrossen zitten net in de paringstijd. De vogels zijn dus op zoek naar een partner en dat gaat gepaard met een hoop `bill-circling`. De `Blue footed boobys` laten vooral elkaar hun mooie voeten zien, maar de Albatrossen doen hun snavels tegen elkaar tikken alsof ze aan het zwaardvechten zijn. Als ze daarmee klaar zijn gooien ze hun kop achterover met hun snavel hoog de lucht in en maken ze een hoog fluitend geluid. Het is echt een heel ritueel en bijzonder om naar te kijken. We gaan midden op het pad zitten en slaan het geheel met een hoge mate van fascinatie gade. Het zijn echt grappige beesten, want met hun grote kromme gele snavel en wenkbrauwtjes boven hun ogen, waggelen ze als ganzen als ze lopen en wiegen ze zachtjes met hun kop heen en weer. Niet alleen het waggelen is een mooi gezicht, maar ook het opstijgen is een prachtig gezicht! Op een rand van een hoge cliff wordt er gewacht op een geschikte windvlaag en het enige wat ze dan doen is het strekken van de vleugels en weg zijn ze!

Een stukje verderop is een `blowhole` die niet echt actief is op het moment dat wij er zijn. Dorstig van de warmte wordt de fles water te voorschijn gehaald. Dat heeft niet alleen Alex gezien, die ook een slok wil, maar ook een `Hood Mocker`. Het vogeltje dartelt niewsgierig om ons heen en we vragen ons al af wat er nu te zien is. Niet lang daarna fladdert hij bij Karen op de arm en springt hij vol enthousiasme op de waterfles!! Verschrikt laat ze de fles bijna vallen, maar kan nog net het uiteinde grijpen. Als een tam beestje blijft de mocker zitten en vragend kijken we onze gids aan, die vertelt dat zoet water een enorm gebrek is op het eiland en dat de vogels het water herkennen ook al zit het in een lege cola fles. We mogen hem alleen niets geven zegt hij er meteen bij!
Bij de nieuwe groep passagiers zit een familie spanjaarden die de regels van het `respect voor de dieren` al een aantal keer grof heeft overtreden. Ze hebben al een paar keer de vogels gevoerd en tijdens het snorkelen de schildpadden steeds aangeraakt, wat absoluut een `not done` is. Nadat er tijdens het duiken ook een voorval was geweest, werd er gedreigd ze op de eerste vlucht naar het vaste land te zetten als er nog iets zou gebeuren! Je zou zeggen dat het gezond verstand is om met respect met deze dieren om te gaan, maar blijkbaar krijgt niet iedereen daar iets van mee. Of het nu aan de cultuur ligt of aan de opvoeding laten we maar in het midden...

Karen is echt enorm verbrand en voelt zich niet heel erg lekker. De blaren staan op haar mond en haar huid is echt bijna paars. We hebben even niet in de gaten gehad dat de zon hier zo sterk was. Alex gaat alleen snorkelen, maar ziet echt een paar fantastische dingen. Niet alleen vijf schildpadden en een mama zeeleeuw met jong zwemmen nieuwsgierig om hem heen, maar hij ziet ook nog een `Stone scorpion fish` en een `Giant Hawk fish`!! Allebei vissen met een heel bijzonder uiterlijk.
`s Middags besteden we onze tijd aan de geschiedenis van de eilanden in het interpretatie centrum van San Christobal Island. Met alle dingen die de mensen in het verleden hebben `uitgevreten` is het nog een wonder dat de dieren op de eilanden nu niet angstig zijn voor mensen.

Op zondagochend gaan we op weg naar de Los Lobos eilanden. We varen langs Kicker Rock of ook wel Sleeping sealion rock genoemd, afhankelijk van welke kant je het bekijkt. In de smalle doorgang zie je verschillende Boobys, op de meest onmogelijke gebouwde nesten, tussen de rotsen zitten.
Bij de Los Lobos eilanden proberen we aan land te komen, maar de zeeleeuwen zijn niet echt bereid om een beetje ruimte voor ons te maken. Onder luid protest gaan ze net lang genoeg aan de kant zodat we kunnen passeren. Onder de boom in de schaduw liggen vele zeeleeuwen met jong. We zien er zelfs eentje die nog druk aan het moederen is met een inmiddels dood jong. Na een stuk rotshoppen zien we onze langverwachte volwassen Blauwvoeters eindelijk van dichtbij. En inderdaad de voetjes zijn smurfenblauw. Geduldig laten ze zich van dichtbij op de foto zetten, terwijl ze uitrusten van het vissen. Even verderop in de bosjes zitten jonge Frigatbirds, die voor het eerst hun vleugels uitstrekken voor hun vliegoefeningen. Onhandig met hun lange vleugels hangen ze half in de omliggende struiken als een neergestort vliegtuig.

Weer terug bij het piertje waar we opgepikt worden, ligt moeders nu breeduit met haar jong. Ze leren het ook nooit he! Ondanks het klappen in onze handen is er geen beweging in ze te krijgen. Dan maar erlangs lopen, maar moeder laat luidkeels horen dat ze daar niet van gediend is en hapt wild in het rond.

Eenmaal bij de boot aangekomen is het tijd voor een laatste snorkeltocht om de boot. We zagen al verschillende zeeleeuwen om de boot heen cirkelen, maar nu mogen we er echt mee zwemmen. We zwemmen richting de voorkant van de boot, waar een vijftal jonge zeeleeuwen om de beurt recht op je afzwemmen en op het laatste moment toch besluiten om dit niet te doen. Best wel eng om zo `n groot beest eerst recht op je af te zien zwemmen en hij vervolgens een halve meter voor je neus scherpt de andere kant opzwemt.

Het is alweer het laatste dagje hier op deze magische eilanden. Maar voordat we naar de haven varen stoppen we nog even voor het bewonderen van flirtende frigatevogels. De mannetjes hebben een mooi nest gebouwd en zitten nu met grote, opgeblazen en felrode kelen de overvliegende vrouwtjes te versieren. Naast dat ze de opgeblazen keel hebben, maken ze met hun vleugels een soort paringsdans en nu maar hopen dat ze geluk hebben. Naast dansende frigatevogels zijn er ook dansende blauwvoeters, die een elegante klompendans met hun blauwe voetjes uitvoeren om aan een partner te komen. De laatste foto`s worden gemaakt en de kaarten van de camera zitten nu echt vol. Op naar het vliegveld!

Quito, 30 augustus 2004
Alle verhalen lezen?

powered by Akara Webdiensten